Basisonderwijs SO:
Inrichting onderwijs
Net als in het reguliere basisonderwijs wordt het speciaal onderwijs
ingedeeld in bouwen: de onderbouw
(OB), de middenbouw (MB) en de bovenbouw (BB)..
Onderbouw (4 tot ± 7 jaar)
In de onderbouw zijn de groepen ingedeeld volgens ontwikkelingsleeftijd
en kalenderleeftijd. Lichamelijk en meervoudig gehandicapte leerlingen
zitten samen in groepen. Lichamelijk gehandicapte leerlingen en langdurig
zieke leerlingen krijgen onderwijs volgens dezelfde doelen als het
basisonderwijs. Voor de meervoudig gehandicapten wordt uitgegaan
van de doelen voor het speciaal onderwijs.
Het onderwijs in de onderbouw richt zich op het stimuleren van de
ontwikkeling van het kind. Werkwijzen uit zowel het regulier als
het speciaal onderwijs worden hiervoor gebruikt.
Doelstellingen
- Leren functioneren in een groep, leren spelen, leren omgaan
met het eigen lichaam, leren opdrachten uit te voeren.
- Stimuleren van taal- en spraakontwikkeling
en zo mogelijk voorbereidend lezen en rekenen, stimuleren van
zintuiglijke ontwikkeling (horen, zien voelen), stimuleren van
het 'zelf
doen'.
Werkwijze
Het onderwijs is gericht op stimuleren van de ontwikkeling van
het jonge kind. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van werkwijzen uit
zowel het regulier als uit het speciaal onderwijs. Thematisch onderwijs
speelt hierbij een belangrijke rol.
Midden- en bovenbouw (± 7 tot ± 13 jaar)
In de middenbouw en bovenbouw krijgen lichamelijk gehandicapte leerlingen
en langdurig zieke leerlingen onderwijs volgens dezelfde doelen als het
basisonderwijs.
Voor de meervoudig gehandicapten wordt uitgegaan van de
doelen voor het speciaal onderwijs. Er is extra aandacht voor het
toepassen van het geleerde in de praktijk.
Doelstellingen lichamelijk gehandicapte en langdurig zieke leerlingen
- Ontwikkelen vaardigheden als taal en rekenen volgens
de kerndoelen van het primair onderwijs.
- Leren communiceren.
- Ontwikkelen relatie met de eigen en de maatschappelijke
omgeving.
Doelstellingen meervoudig gehandicapte leerlingen
- Ontwikkelen leervoorwaarden. Daarvoor zijn taalgebruik, geheugentraining
en taakgerichtheid belangrijk.
- Leren lezen en rekenen of leren
werken met alternatieven als 'pictolezen'.
- Wereldverkenning:
het Ieren kennen van de wereld om je heen.
- Leren sociale redzaamheid
(samen spelen en werken).
- Stimuleren emotionele ontwikkeling: leren
positief naar jezelf en anderen te kijken.
- Leren spelen, zowel
alleen als met anderen.
- Stimuleren van zintuiglijke ontwikkeling
(horen, zien, voelen).
- Stimuleren van zelfstandig uitvoeren van
dagelijkse activiteiten als: kleding, toiletgang, lichaamshygiëne,
eten en verzorging van de eigen omgeving.
- Stimuleren psychomotorische
ontwikkeling: bewust van de mogelijkheden van het lichaam.
Werkwijze
Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de methoden uit het regulier
onderwijs. Er is extra aandacht voor het toepassen van het geleerde
in de praktijk.
Vaak hebben de leerlingen meer tijd nodig om zich de leerstof eigen te
maken. Hierdoor beheersen niet alle leerlingen aan het einde van
de basisschoolperiode alle stof tot en met groep acht. Per kind wordt een
geschikte vorm van voortgezet onderwijs gezocht die aansluit op zijn of
haar niveau.